Nieuws
01-02-2016 door DVDP

Kievit: vogel van het jaar 2016

Kievit: vogel van het jaar 2016
Door Norbert Desmet.

Onze vogelwerkgroep kwam voor dit jaar tot de keuze van de kievit als vogel van 2016. We proberen dus die soort intenser volgen. Wat speelde mee in de keuze? Het is in de eerste plaats een erg bekende soort voor ongeveer alle natuurliefhebbers, de soort heeft ook een eigen verhaal in onze streek en vooral de kievit gaat achteruit en dat allemaal samen vraagt om aandacht dit jaar.

Kieviten die in groep over akker ‘flappen’ in zwart-wit zijn een bekend beeld voor ons allemaal. Pittiger nog als ze in de lente over de velden buitelend hun mooie ‘kiewit’ uitbazuinen en hun broedgebied afbakenen of urenlang opdringerige kraaien uit hun buurt proberen te houden. Het is een van de soorten die in onze gezamenlijke vogelkennis gebakken zit. Het is ook een van de vele soorten die onopvallend in aantal achteruitgaat, bij ons zowel als broedvogel en als wintervogel. Weg zijn de grote winterconcentraties op de akkers met nog niet zolang geleden langs de N60 in Heurne, jaarlijks een paar duizend…..
De aparte geschiedenis van de kievit bij ons is sommigen gekend: van weidevogel ooit naar akkervogel, zelfs vrij recent.

Samen met Gust Schaemelhout telde ik in de jaren 70 als aangename ‘verplichte’ opdracht kieviten in de meersen van Oudenaarde. Inventariseren avant la lettre. Er blijven historische getallen hangen van meer dan 20 broedparen, geteld alleen al van op de ‘ring’ thv Oudenaarde, te controleren aan de hand van overvliegende zwarte kraaien. De mannetjes kievit gingen dan achter de kraai aan tot aan de grens van hun broedterritorium. Dit terwijl de vrouwtjes op het nest zaten, toen nog veilig in de hooiweiden, die redelijk laat gemaaid werden. Later in de zomer zaten ze dan op de gemaaide percelen, ouden en jongen samen met oa in hun gezelschap veel grote lijsters en gele kwikken, allen ‘trots’ op hun nakomelingen. Wat een tijd!

Wat heeft de overstap van de soort naar de akkers veroorzaakt? Er is een sterk vermoeden dat de gradiëntrijke hooiweiden te snel plaatsmaakten voor eeuwig groene raaigras- en andere te bemeste graslanden. Het werd een eentonige hoge groene brij waarin de kievit letterlijk zijn nest en jongen niet meer terugvond, laat staan voldoende voedsel als oogjager…..
Dan maar verkassen naar de akkers in de jaren tachtig, aanvankelijk met enig succes en twee tot drie nesten per jaar. Starten deden ze in de vroege graanakkers en niet bewerkte velden, later een tweede nest in de bietenakkers…..meestal succesvol. Maar toen bolden de machines steeds vroeger over de kouters en dan kwam de maïs steeds meer opzetten…. De grauwe gors stierf uit bij ons veldleeuwerik ging drastisch achteruit , allemaal de laatste 20 jaar, de akkervogels in het rood…Misschien speelt het klimaat ook mee met wispelturiger weer? Momenteel probeert de kievit nog stand te houden in onze streek maar de broedresultaten zijn echt niet goed en voor de toekomst als soort is dat nefast. Nesten verdwijnen onder de steeds vroeger en meer intensieve akkerbewerking en met de opgroei van de schaarsere jongen is er ook wat mis…voedsel?
Als we ergens te rade kunnen is het bij onze Noorderburen, je weet wel met de koningin en het eerste kievitsei, gelukkig traditie nu. In Sovon-nieuws juni 2015: ‘in het grote Waddenzeegebied gaat de kievit snel achteruit behalve in de kwelders van de Nederlandse oostelijke Waddenzee: zouden de kieviten daar profiteren van de minder intensieve manier van boeren daar?’ En iets verder: ‘Zelfs de meest algemene onder de boerenlandvogels, de kievit, gaat nu hard achteruit en is bijna gehalveerd ten opzichte van 1990. De indruk is sterk dat de kuikenoverleving de sleutelfactor is voor de kievit. Factoren als harde wind, weinig neerslag, lage voorjaarstemperaturen, predatie, akkerwerkzaamheden hebben allicht slechte invloed’. Daar gaat men nu de jongen zenderen en met kleurvlaggen de jongen merken om te kunnen ‘meten’. En ook in Nederland is 2016 uitgeroepen tot jaar van de kievit!

We zouden iets gelijkaardigs in Vlaanderen kunnen aanvragen bij Joke en die zou allicht aan iedere burgemeester en aantal kleurvlaggetjes geven…. Neen, we gaan ook dat maar zelf doen: waar kieviten broeden bij ons volgen we ze in 2016 van dichtbij op, tijdstip broeden, soort akkers, jongen? en zo mogelijk verder verloop met samenstelling groepjes later op het jaar… en de wintervogels, aantallen, plaatsen…. Iedereen kan meedoen, allemaal te deponeren op http://www.vwg-vlaamseardennenplus.be/. Probeer in de mate van het mogelijke iets te zeggen over de aantallen, gedrag en biotoop. Zeker in het broedseizoen.

Tussentijds voor zover dat mogelijk is, proberen we een tussenstand van zaken te geven in Meander.

Foto: Jeroen Vanheuverswyn
24-01-2016 door DVDP

Uitwaaien in Zeeland, met een witkopgors

Uitwaaien in Zeeland, met een witkopgors
Verslag door Niko Van Wassenhove

Iets na 7 vertrokken we vanuit Eke met 3 wagens richting Schouwen-Duiveland. Het Veerse Meer was de eerst stop en daar stonden twee mensen die ons vervoegden. Typische soorten als rotgans, middelste zaagbek en brilduiker werden er bewonderd. Bij de volgende stop (Wilhelminadorp) werden we opgewacht door vader en zoon Vanheuverswyn om samen de vogel van de dag, de witkopgors, te bekijken. Veel wit was er niet te zien aan het ‘saai’ bruin vogeltje. In onze ANWB gids lezen we dat deze gors tot 2008 in Nederland al 35 maal werd waargenomen. 

Via Zierikzee kwamen we rond de middag aan Wevers en Flaauwers Inlaag. In de loop van de voormiddag hadden we soorten als kleine zilverreiger, zwarte ruiter, kluut en watersnip gezien. Na onze warme drank met boterhammen zagen we grote groepen wulpen, goud- en zilverplevieren en bonte strandlopers het binnenland invliegen. Een paar lepelaars waren aan het foerageren en een groep steenlopers vloog rond in de haven van Flaauwers Inlaag. In de verte zat een slechtvalk op een paal. Op Prunje zagen we de steeds zeldzamer wordende blauwe kiekendief rondvliegen, een groepje nonnetjes, grote groepen kluten en grutto’s en welgeteld 1 kemphaan. In 2015 zouden in Nederland maar een 10 tal koppels blauwe kiekendieven gebroed hebben. 

Aan Brouwersdam, het trekgat van onze tocht, werden geen ijseenden gevonden. Er zat wel een drieteenmeeuw tussen de ander meeuwen. We maakten plaats voor een ganse bus vogelaars uit het Antwerpse. Neeltje Jans was de laatste stop en daar lag een eenzame zeehond terwijl een kuifduiker zich mooi kwam tonen. Na wat zoeken vonden we de zwarte zeekoet die daar al een tijdje pleistert. De groep van 15 mensen had samen een lijst van ruim 70 vogelsoorten en verschillende zeehonden. Tevreden keerden we terug richting Vlaamse Ardennen.

Schouwen Duiveland: Ontstaansgeschiedenis

In de 12de eeuw bestond het huidige eiland uit 4 kleine eilandjes; Schouwen, Duiveland, Dreidijke en nog een kleiner eiland. Omstreeks 1200 besloot men om gans het bewoonde gebied te bedijken en dit met hulp van Vlaamse kloosters die veel bezittingen hadden op de Zeeuwse eilanden. Pas in 1610 kwam er een uiteindelijke dam tussen Schouwen en Duiveland. Schouwen Duiveland kreeg zijn definitieve vorm in 1899. Zierikzee was een belangrijke haven in deze periode. 

Op het eiland waren er heel wat kreekruggen die ook als verharde wegen werden gebruikt om zich van het ene dorp naar het andere dorp te verplaatsen. 

Er waren heel wat overstromingen en het eiland verloor in het zuiden land terwijl het aangroeide in het noordoosten. In totaal verloor het eiland 12 dorpen. Zo is de plompe toren een overblijfsel van Koudekerke die tussen 1600 en 1700 verloren is gegaan. De toren is blijven staan daar zij een baken was voor de haven van Zierikzee. Deze werd door de haven Zierikzee onderhouden en gefinancierd. 

De inlagen die het huidige gezicht geven van de kustlijn dateren voornamelijk uit de zeventiende en achttiende eeuw. Op het eiland waren heel wat houtkanten en kleine bosjes die na de overstroming van 1953 verdwenen door aanpassingswerken voor de waterhuishouding van het eiland. De rechte banen op het eilanden dateren allemaal van tijdens de werken na de overstroming. 

Vroeger leefden mensen van landbouw, rapen van eieren in broedkolonies, het rapen van kokkels en mossels en men viste op palingen. Men werkte aan de dijken en loste schepen. Voor verwarming in de winter jutte men brandhout langs de zeedijk. In de winter was het armoe troef voor vele inwoners. 

Vogels op Schouwen Duiveland

In de avifauna van 1986 worden 302 vogelsoorten besproken. 

Tot in de jaren 1920 broedden naar schatting 8 tot 10 duizend koppels Grote Sternen op Schouwen-Duiveland en was een belangrijke broedplaats van deze vogelsoort. Jaarlijks zijn er overwinterende Grote sternen.

In de winter worden jaarlijks zeekoet, zee-eend, ijseend, roodkeelduiker, kuifduiker en geoorde fuut, brilduiker en Middelste zaagbek gezien aan Brouwersdam.  

Kuifaalscholvers zijn sinds de jaren ’70 een jaarvogel geworden in de Oosterschelde. Sinds 2012 is er jaarlijks nestbouw van Kuifaalscholver aan Neeltje Jans. In 2015 waren meerdere vogels aanwezig maar ontbraken aanwijzingen voor een broedpoging. 

Verschillende gorzen werden gezien op Schouwen Duiveland:
IJsgors, Sneeuwgors, Witkopgors, Geelgors, Ortolaan, Bosgors, Dwerggors; Wilgengors, Rietgors, Grauwe gors
Witkopgors: 5x waargenomen op Schouwen Duiveland tot 1986 en in totaal 35x in Nederland (tot 2008).
o 12/11/1961
o 27/10/1962
o 1/11/1962
o 20/10/1968
o 26/10/1980

Bronnen: 
Boele A. 2015. De zeldzaamste broedvogels in 2015: veel Rode Wouwen, Bijeneters en Draaihalzen tegenover de laatste Korhoenders, Blauwe Kiekendieven en een solitaire Kuifleeuwerik. Sovon-Nieuws jaargang 28 (4):5-7. 
Werkgroep Avifauna Natuur -en Vogelwacht Schouwen-Duiveland. 1986. De Vogels van Schouwen-Duiveland. Zierikzee. 

Foto: Paul Vandenbulcke

22-01-2016 door DVDP

Waar zijn de tafeleenden heen?

Waar zijn de tafeleenden heen?
De aanhoudend negatieve trend van tafeleend in Europa baart zorgen. Via diverse internationale monitoring- en onderzoeksprojecten wordt de komende jaren bijzondere aandacht gevraagd voor deze soort.

Ook jullie kunnen hierbij helpen. Concreet wordt gevraagd om bij elke groep zo veel mogelijk het aantal mannetjes en vrouwtjes te tellen. Tijdens de midmaandelijkse watervogeltelling in januari werd er al gevraagd om hier op te letten. Maar je kan ook helpen via waarnemingen.be. Daar kun je ook de sex-ratio ingeven. Je doet dit door het aantal getelde individuen door te geven, de waarneming op te slaan en vervolgens via 'groepssamenstelling opgeven' het aantal mannetje en vrouwtjes afzonderlijk in te voeren.

Foto: Jeroen Vanheuverswyn