Nieuws
01-06-2016 door DVDP

Gorzendag

Gorzendag
Door Paul Vandenbulcke.

Op 28 mei hielden we na lange tijd, weer eens een gorzendag. Het was al geleden van het vorige akkervogelproject, in 2006 en 2007, dat we nog een gorzendag georganiseerd hadden. Aangezien het 'Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen’ (verder RLVA), nu bezig is om enkele aanvullende akkervogelmaatregelen te organiseren, was het het moment om weer eens een stand van zaken op te tekenen.
 
Wat is de bedoeling van deze gorzendag? We trachten een beeld te krijgen van de aanwezige akkervogels die nog aanwezig zijn in onze regio. Dat het slecht gaat met de akkervogels, weten we al, maar ergens willen we toch een beeld krijgen van hoe het zit in onze regio. De kans dat we op een halve dat onze ganse regio zouden kunnen inventariseren, is natuurlijk onbestaand, dus moeten we roeien met de riemen die we hebben: met een beperkt aantal  vrijwilligers, toch enige gebieden bezoeken.
 
Om dat praktisch haalbaar te maken, werden we gesteund door ons RLVA, en Natuurpunt Studie in Mechelen, die ons voorzien hebben van kaarten. Enerzijds kaarten waar de ‘goeie’ gebieden op uitgetekend staan: dit kunnen gebieden zijn waar al maatregelen lopen ten gunste van de akkervogels. En anderzijds hadden we ook kaarten waarop de zangposten van Geelgors en Veldleeuwerik aangeduid stonden, die de laatste vijf jaar, ingegeven werden in “waarnemingen.be”. Bemerk dus ook hier weer het nut van “waarnemingen.be”, en van het ingeven van je waarneming.
 
Met negen personen waren we op de gorzendag - geen overrompeling dus. Gewapend met die kaarten gingen vier teams op verkenning. Met mijn compagnon verkende ikzelf grondgebied (groot!) Oudenaarde. Van de aangeduide plekken waar ooit een zingende Geelgors ingegeven werd, bleek er slechts eentje in de omgeving aan ’t zingen te zijn. Nu kan het natuurlijk zijn dat het niet het meest ideale moment van ’t jaar is: normaal is er eind mei/begin juni een heropleving van de zangactiviteit, na een wat kalmere periode. Maar weersomstandigheden kunnen dat wel wat beïnvloeden. Ook is er vroeg op de ochtend meer gezang te horen dan later op de dag. Absolute zekerheid is er dus bij één plaatsbezoek niet te verkrijgen.
 
Na de geelgorsgebiedjes met de KLE’s (kleine landschapselementen), begonnen we ons meer op de grotere akkergebieden te concentreren, om vooral de Veldleeuwerikken te gaan checken. En voor de gebieden die wij aandeden, is dat toch wel tegengevallen naar mijn bescheiden mening. Er zijn nu toch wel redelijk wat kouters rond Oudenaarde waarvan in veel gevallen eerder veldleeuwerik aanwezig was. Ook op plaatsen waar ik zelf nog eerder dit jaar zingende Veldleeuwerik had, is die nu weg, of toch op zijn minst stil. Slechts zes zingende Veldleeuwerikken in totaal konden we noteren. En misschien is dat ook niet zo verwonderlijk, als we zien hoe netjes de maïs- en patattenakkers erbij liggen. Minimum drie keer werd het nest van een tot-een-pattattenveld-omgevormde-akker omgeploegd. Ge zou voor minder andere oorden opzoeken.
 
Hetzelfde verhaal speelt natuurlijk ook voor de Kieviten. Niet voor niets is dit onze aandachtsvogel van het jaar. De Gele Kwikstaart lijkt nog in iets grotere aantallen terplaatse te zijn, maar daarmee weten we nog niet direct iets over de trend: hebben ze het even moeilijk, of slaagt de soort er in, stand te houden?
 
Jammer genoeg dus alweer geen opbeurend verhaal. Andere teams hadden iets minder slechte ervaringen op onze Gorzendag. Het spreekt voor zich, dat we met onze vier teams, slechts een klein deel van ons grondgebied konden bekijken. We zien onze waarnemingen van die dag, graag aangevuld worden met jou waarnemingen, beste lezer. Zie je een vogel - en dan in het bijzonder een akkervogel - geef die zeker in, op onze waarnemingensite: www.waarnemingen.be. Indien van toepassing, kun je in het invoerveld ‘gedrag’ nog specifieren hoe de vogel zich gedraagt, bvb. zingend, of voedsel overbrengend… Zeker als we willen te weten komen, waar de soort nog mogelijk broedt, is deze informatie belangrijk.
 
Tot slot wil ik de vrijwilligers bedanken, die in hun vrije tijd aan onze gorzendag hebben meegewerkt!

Foto: Geelgors, door Jeroen Vanheuverswyn.
31-05-2016 door DVDP

Jong leven!

Jong leven!
Goed nieuws uit de Langemeersen te Petegem. Het koppeltje kluten dat al aanwezig is sinds 21 april, heeft succesvol gebroed aan de akkerplas in het zuiden van het gebied. 

Er waren al enige tijd aanwijzingen dat het wel eens tot een broedgeval zou kunnen komen. Begin mei begonnen ze zich territoriaal te gedragen. Kraaien werden niet meer geduld door het koppeltje en zelfs de bruine kiekendief werd achterna gezeten. Vanaf half mei werd er maar één vogel meer gezien. De andere zat dan waarschijnlijk te broeden in het graan naast de akkerplas. Op 25 mei werden 4 pulli opgemerkt door THE.

Leuk, een geslaagd broedsel! Het laatste uit de regio dateert al van 1996 (DDG). Toen was er net zoals in 1994 en 1995 een broedsel aan de Bolveerput te Semmerzake. In de jaren '80 waren er broedgevallen in Semmerzake, Welden, Zingem en Oudenaarde.

Laten we hopen dat de kleintjes de zondvloed en de frisse temperaturen van de laatste dagen goed zijn doorgekomen. Iemand die eens een kijkje gaat nemen?

Foto: jonge kluut door Jacques Vanheuverswyn.
24-05-2016 door DVDP

Uitgebroed? Opgevoed?

Uitgebroed? Opgevoed?
Deze titel is gebruikt om speciaal om de aandacht te trekken op het broedseizoen en de opvolging ervan. Nu de laatste trekkers stilaan doorgeschoven zijn blijft voor vele waarnemers een eerder saaie periode over wat betreft zeldzamere soorten. Toch is het voor de ‘vogelkunde’ van ons werkingsgebied erg belangrijk te weten welke soorten en in welke aantallen er nog broedend voorkomen. Eén voorbeeld: de ringmus, vroeger algemeen, nu? Verder uiteraard de ‘kwetsbaren’: matkop, gekraagde roodstaart, wielewaal, de akkervogels (met de gorzenteldag)… een heel lijstje in deze tijden. En de zeldzaamheden, bv. de orpheusspotvogel of de zomertortel: komen die tot broeden op de waarnemingsplaatsen, en zijn er jongen gezien? Belangrijk is dat uiteraard om te weten als de soort zich vestigt of zoals bij de matkop stilaan uitsterft bij ons. Veel soorten zijn immers al in alle stilte heengegaan, denk aan de fluiter en vergeet vooral de ‘gewone’ soorten niet.

Ons ‘jaar van de kievit’ loopt en zoals daarbij aangestipt in Meander is het aantal geslaagde nesten een waardemeter voor het voortbestaan van de soort. Minder dan 1 tot 2 jongen per jaar grootbrengen per koppel is tekenend voor een tanende populatie en mogelijks het verdwijnen als broedvogel . Het voorjaar was echt niet goed voor deze soort. Van meerdere kanten kwamen meldingen van verloren gegane eerste broedsels door de akkerwerkzaamheden. Slechts sporadisch waren er jongen, en die moeten dan nog kunnen opgroeien in een land van kraaien en intensieve landbouw en wispelturig weer. Nu is er een tweede broed, dikwijls op akkers waar de rust is weergekeerd, graag uitkijken dus of het beter wordt.

Blijven dan de soorten waar je al wat speciaal moet naar uitkijken: zal de slechtvalk in Ronse broeden bv? Bij de roofvogels is ten andere algemeen veel aandacht vereist: de meeste doen nogal geheimzinnig in de broedtijd, zelfs buizerd en torenvalk. Bij soorten als wespendief, boomvalk, havik, sperwer…. kunnen toevallige waarnemingen in een gebied de aandacht scherpen. Zeker in de periode dat er jongen zijn is de kans op waarnemingen groter omdat voedsel dient aangebracht. Of een avondwandeling om bedelende ransuilen of bosuilen te horen en wie weet nog die enige nachtegaal… maar ook soms blauwborst of bosrietzanger. Het mag ook gewoner: holenduif, roeken, zwarte roodstaart, de zwaluwen, en zoveel meer. Op waarnemingen.be doorgeven met de broedcodes is aangeraden: bezet nest, pas uitgevlogen jongen, paar in broedterritorium…. Dit is makkelijker voor de verwerking.

Mei en juni en nog juli voor een aantal soorten blijven dan ook belangrijke maanden om de vinger aan de pols te houden hoe goed of slecht de soorten het bij ons doen. Saai? Allesbehalve toch…..

Door Norbert Desmet.

Foto: Kievit pulli in Langemeersen door JaVH.